Mens en medemens

Jezus noemt het gebod ‘de naaste lief te hebben als jezelf’ gelijk aan het gebod ‘God lief te hebben boven alles’. De CNS hecht aan de waarden ‘liefde’ en ‘respect’. Deze waarden komen tot uiting in gedachten, woorden en werken. God gebiedt ons onze naaste geduld, vrede, zachtmoedigheid, barmhartigheid en alle vriendelijkheid te bewijzen. Geen mens mag een ander mens kwetsen, haten, onteren of doden. Dit mag niet met daden, maar ook niet met woorden of gebaren, zelfs niet in gedachten. God vraagt van ons om schade aan onze naaste zoveel mogelijk tegen te houden en ook onze vijanden goed te doen.

Respect komt tot uiting in de manier waarop we elkaar aanspreken en met elkaar omgaan. Gezagsverhouding is een Bijbels gegeven, waar ook op een Bijbelse wijze mee omgegaan dient te worden. Naast de verantwoordelijkheid die iedere leidinggevende heeft (in de klas, in het team, als bestuur) om op liefdevolle en integere wijze gezag uit te oefenen, wordt er naar de andere zijde een beroep gedaan op een behoorlijke gehoorzaamheid. Een ieder moet alle eer, liefde en trouw bewijzen aan degenen die over hen gesteld zijn. En ook met hun zwakheid en gebreken geduld hebben. Respect en liefde zijn voorwaarden in het omgaan met geschillen en het vergeven van de ander. Waar respect en liefde heerst is ook eerlijkheid, rechtvaardigheid, toewijding, ijver en wederzijds vertrouwen.

Op de CNS is morele vorming van wezenlijk belang. Zo wordt de leerlingen geleerd gehoorzaam te zijn aan gezag, respect te tonen voor de meningen en gevoelens van anderen, verantwoorde beslissingen te nemen en consequenties van hun daden te dragen. Het zelfvertrouwen en de sociale weerbaarheid wordt bevorderd en samenwerken wordt gestimuleerd. Ieder mens is burger van een samenleving en dit vraagt om een actieve en principiële bijdrage. Het leven naar en vanuit Gods Woord moet merkbaar zijn in de relatie mens – medemens. Uiteindelijk zal de CNS een afspiegeling dienen te zijn van wat God in Zijn Woord zegt over het samenleven van mensen onderling.

Op de CNS is morele vorming van wezenlijk belang. Zo wordt de leerlingen geleerd gehoorzaam te zijn aan gezag, respect te tonen voor de meningen en gevoelens van anderen, verantwoorde beslissingen te nemen en consequenties van hun daden te dragen. Het zelfvertrouwen en de sociale weerbaarheid wordt bevorderd en samenwerken wordt gestimuleerd. Ieder mens is burger van een samenleving en dit vraagt om een actieve en principiële bijdrage. Het leven naar en vanuit Gods Woord moet merkbaar zijn in de relatie mens – medemens. Uiteindelijk zal de CNS een afspiegeling dienen te zijn van wat God in Zijn Woord zegt over het samenleven van mensen onderling.