Mens en God

De CNS beaamt het Bijbelse gegeven dat de mens door God als kroon op Zijn schepping geschapen is. God maakte de mens naar Zijn eigen beeld. Dat betekent dat de mens goed was, in ware gerechtigheid en heiligheid. Het doel van ieder mens is om God te kennen zoals Hij is, Hem van harte lief te hebben en met Hem in eeuwige zaligheid te leven. De mens is geschapen om God te loven en te prijzen.

Door de val van het verbondshoofd Adam is het hele menselijke geslacht in zonde gevallen. De natuur van ieder mens is verdorven. Het licht dat in ons was, is in duisternis veranderd. De uitnemende gaven die God ons geschonken had, hebben we verloren. Alleen dankzij Gods genade hebben we kleine overblijfselen daarvan gehouden. Ieder mens wordt in zonde ontvangen en geboren en kan niet meer in het rijk van God komen. En door zijn geestelijke blindheid is het zich dit niet eens bewust.

Maar te midden van de duisternis heeft God Zelf het Licht der wereld naar de aarde gezonden: Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus. Christus heeft de schuld van de mens op zich genomen en is gestorven aan het kruis. Het lijden en sterven van Christus maakt herstel van de breuk tussen God en mens mogelijk. Wanneer de mens, door het werk van de Heilige Geest, tot geloof in Christus en tot bekering komt, worden al zijn zonden hem vergeven. De gehoorzaamheid van Christus wordt hem toegerekend. Zijn leven wordt vernieuwd en hij mag gaan leven in dankbaarheid, afhankelijkheid, in navolging van Christus en in de hoop op de herschepping van de wereld.

De CNS wil ieder kind wat aan haar zorgen is toevertrouwd, brengen tot de kennis van God, van zichzelf en van Jezus Christus de Verlosser.