Mens en de wereld

De CNS ziet de wereld, waarin zij haar plaats heeft, als door God goed geschapen. Door de ongehoorzaamheid van de mens tegen God zucht de schepping onder de vloek van de zonde en is zij aan het verderf onderhevig. Toch blijft deze wereld Gods eigendom en blijft de opdracht van God aan de mens om bijzondere zorg te dragen voor Zijn schepping bestaan. De CNS wil deze opdracht aan de leerlingen doorgeven en hen ook wijzen op Gods majesteit en heerlijkheid in Zijn schepping, evenals Zijn liefde en trouw.